Leeswijzer

    Basisset beleidsindicatoren

    Conform de nieuwe voorschriften wordt in deze rekening voor het eerst de landelijk uniforme "basisset beleidsindicatoren" opgenomen. De meeste gegevens zijn van het CBS en landelijke databanken afkomstig en gemeenten nemen deze in hun jaarrekening over.

    Programma

    Per programma wordt inzicht gegeven in wie de portefeuillehouders zijn en wat de algemene  doelstelling is. Het programma wordt vervolgens onderverdeeld in thema's.

    Van elk thema wordt inzicht gegeven met welke beleidsvelden er een relatie is. Voorts wordt ingegaan op de financiën, de activiteiten en de voortgangsstatus van die activiteiten.

    De financiën zijn op detailniveau gekoppeld aan de gerelateerde producten die horen bij dat thema. In sommige gevallen is daarbij een keuze gemaakt, een product kan namelijk slechts één keer worden gekoppeld. Er zijn overigens ook producten die niet hoorden bij een van de thema's. De baten en lasten van alle programma's gezamenlijk zijn dus minder dan de baten en lasten van de totale rekening.

    In beginsel staan de activiteiten gedurende de bestuursperiode vast. Immers, dit was het voornemen om te realiseren in de betreffende periode.

    De voortgang wordt aangegeven middels de "stoplichten" in groen, geel of rood. Voor de voortgang zijn verschillende aspecten van belang, namelijk: de voortgang in de tijd (loopt het volgens planning?), de kwaliteit (krijgen we wat we voor ogen hadden?) en de kosten (worden overschrijdingen verwacht?). Een groen stoplicht betekent dat de activiteit volgens planning verloopt en er geen bijzonderheden zijn. Een reeds afgeronde activiteit krijgt ook een groen stoplicht. Een geel stoplicht betekent dat er aandachtspunten zijn maar dat naar verwachting binnen de kaders nog bijgestuurd kan worden, dat met enige extra inspanningen realisatie mogelijk is of dat er slechts kleine vertragingen e.d. zijn. Een rood stoplicht betekent dat de activiteit niet goed verloopt en dat dit naar verwachting belangrijke consequenties zal hebben voor de doorlooptijd, kwaliteit of financiën. Deze systematiek wordt voor alle activiteiten gedurende de bestuursperiode gevolgd in elke begroting en jaarrekening. Zo wordt uiteindelijk verantwoording afgelegd over alle activiteiten.

    Vervolgens wordt voor alle thema's een nadere toelichting gegeven op de status van de activiteit. Dit is in beginsel een beknopte toelichting. Meer informatie over visies, projecten/plannen, uitvoeringsprogramma's, verordeningen, etcetera is immers opgenomen in de betreffende documenten zelf. Minimaal worden eventuele gele en rode stoplichten toegelicht.

    Daarna worden voor elk thema diverse indicatoren benoemd met daarbij, waar mogelijk, een historisch verloop. Op deze wijze ontstaat een indruk van de effecten van het uitvoeren van deze activiteiten. Het moge duidelijk zijn dat dit slechts een benadering van de complexe werkelijkheid is. In een beleidsevaluatie zou hier nader op kunnen worden ingegaan. Wellicht is ook sprake van externe factoren die niet gerelateerd zijn aan het uitvoeren van de activiteiten, maar wel op de gemeten indicator.

    Opgemerkt zij dat ten aanzien van de indicatoren op diverse thema's nog een herijking aan de orde is.

    Beleidsveld

    De bovengenoemde programma's dekken niet alle gemeentelijke activiteiten af. Er is op veel beleidsterreinen ook sprake van reguliere werkzaamheden die niet als speerpunt zijn benoemd, maar wel tot het takenpakket van een gemeente behoren. Daarom zijn de bekende beleidsvelden in stand gehouden.

    Onderdeel A geeft een korte omschrijving van het beleidsveld, de onderscheiden deelterreinen, de betrokken portefeuillehouders en een overzicht van de relevante beleidskaders. Bij sommige beleidsvelden worden rijksregelgeving of provinciale plannen genoemd indien deze een sterke invloed hebben op het gemeentelijke beleid. Ook kunnen relevante uitvoeringsprogramma's worden genoemd als deze sterk bepalend zijn voor het beleidsveld.

    Onderdeel B geeft aan of en welke relaties er zijn met de programma's/thema's en de paragrafen.

    Onderdeel C biedt de ruimte om eventuele overige vermeldenswaardige zaken van dit beleidsveld onder de aandacht te brengen. Het "gewoon" uitvoeren van wettelijke taken en/of van vastgestelde plannen valt hier in beginsel niet onder. Alleen bij bijzonderheden is vermelding op zijn plaats. Eventuele aanvullende indicatoren worden hier opgenomen.

    Onderdeel D geeft meer inzicht in de financiën van het beleidsveld en gaat in op baten, lasten, reserves en investeringen. Een analyse van bestuurlijk relevante afwijkingen is opgenomen bij het onderdeel jaarrekening.